Inloggen

   
Wachtwoord vergeten

    Nederlandse expediteur vooruitstrevend en innovatief

    3-12-2012

    Een reactie van ACN/FENEX op de toespraak van EVO-directeur Machiel van der Kuijl.

    Tijdens het FENEX diner in Rotterdam op 22 november 2012 heeft EVO-directeur Machiel van der Kuijl de FENEX-achterban opgeroepen om samen met de verladers werk te maken van het gebrek aan transparantie en belemmeringen in de goederenstroom. Het tweejaarlijkse diner van de brancheorganisatie van expediteurs en logistieke dienstverleners werd bijgewoond door ruim 200 leden en relaties.

    Ergernissen

    Van der Kuijl vroeg aandacht voor een aantal ergernissen van verladers over de vervoersketen en dan specifiek voor de rol die expediteurs moeten spelen bij het wegnemen ervan. Hij baseerde zich vooral op een EVO-onderzoek waaruit blijkt dat verladers 'niet geheel tevreden zijn' over een aantal zaken in de logistieke keten: Het gebrek aan transparantie en innovatie en de belemmeringen die er nog altijd zijn in de goederenstroom. Hij riep de FENEX-achterban op hiervan, ook samen met verladers, werk te maken. Vooral de positie van de luchtvrachtexpediteur werd daarbij aangehaald.

    Hoewel de toespraak van Van der Kuijl wellicht prikkelend bedoeld is, gaat hij voorbij aan alle activiteiten en inspanningen die ACN, FENEX en hun leden verrichten om innovaties te stimuleren en de belemmeringen op de goederenstromen weg te nemen. Juist in deze moeilijke tijd blijven expediteurs investeren in innovaties. Vorige week nog was er een workshops van de luchtvrachtindustrie met de EVO en een aantal van haar leden . Hierin zijn innovaties op het gebied van digitalisering en andere initiatieven om de kwaliteit in de keten te verbeteren, uitgebreid besproken. Wij onderkennen en dragen uit dat vooruitgang alleen kan worden bereikt in samenwerking met alle partijen in de keten.Ook ligt er volgens Van der Kuijl een taak voor expediteurs om de geringe innovatie van de zijde van de Europese overheid te compenseren. FENEX en ACN zijn via hun Europese koepelorganisatie CLECAT voortdurend alert op het beleid van de Europese Unie, veelal in nauwe samenwerking met de European Shippers Council (ECS), waarin (medewerkers van) de EVO een belangrijke stem hebben. ACN en FENEX herkennen zich derhalve niet in deze "ergernis".

    Daarbij is het een feit dat Nederland vooroploopt als het gaat om het gebruik van e-freight, de flexibiliteit en de soepele omgang met de douane(wetgeving), het voorbereid zijn op de nieuwe security regels volgend jaar, etc. Dit heeft alles te maken met de vooruitstrevendheid van de ACN/FENEX en haar leden.

    Transparantie

    Volgens de EVO-directeur worden belangrijke stappen gezet als de transparantie wordt vergroot. Hij refereerde daarbij aan de fluctuerende brandstofprijzen. 'Verladers zien dat brandstoftoeslagen wel omhoog gaan als de brandstofprijs stijgt, maar vervolgens nauwelijks dalen als de prijs van brandstof zakt', aldus Van der Kuijl.
    De kritiek op het gebrek aan transparantie wordt wederom gehangen aan de brandstoftoeslag. ACN en FENEX vinden de aanpassing van de vrachttarieven en de fluctuerende brandstofprijzen een integraal onderdeel van de prijsvorming in de luchtvracht. Iedere bemoeienis daarmee is al gauw strijdig met de mededingingswetgeving en kan leiden tot verwijt van gelijke gedraging. Veel expediteurs en airlines zijn graag bereid om die transparantie aan hun klanten te geven. Dit zal echter alleen op bilaterale basis mogelijk zijn.

    Daarbij hechten wij eraan, om te melden dat door de oplopende betalingstermijnen tussen verladers en de expediteur deze bedragen steeds langer renteloos worden voorgefinancierd ten koste van de expediteur. Het moge duidelijk zijn dat ook de expediteur niet gebaat is bij een hoge en niet-transparante berekening van de brandstoftoeslag.

    Dialoog

    De dialoog tussen EVO en FENEX heeft ervoor gezorgd dat het toezicht door de overheid, bijvoorbeeld douanecontroles, meer op samenwerking met het bedrijfsleven is gericht. Volgens Van der Kuijl is dat belangrijk, omdat groei van de goederenstroom en de toenemende complexiteit van controletaken niet mag leiden tot vertraging in de vervoersketen.
    ACN en FENEX zijn het daar geheel mee eens. Daarom werken wij ook op dit terrein graag en nauw samen met de EVO. Op uitnodiging van ACN is de EVO bijvoorbeeld betrokken bij het project Schiphol SmartGate Cargo, waarin gewerkt wordt aan een "flexibel one stop concept voor alle controles en inspecties".

    Voorts hebben EVO en ACN de afgelopen jaren samen met de relevante overheidspartijen aandacht gevraagd voor de "Bekende Afzenders" deadline volgend voorjaar. Verreweg de meeste luchtvrachtverladers hebben deze stap echter (nog) niet gezet, zodat er komend voorjaar een flinke toename (bottleneck) dreigt bij het screenen van 'onbekende' vracht. Tegenover de geringe belangstelling van de Nederlandse verladers voor deze certificeringen staat een hoge mate van aantoonbare betrouwbaarheid bij de expediteurs. Er zijn inmiddels 450 logistieke dienstverleners geregistreerd als "Erkend Agent" en meer dan 80% van de expediteurs heeft de AEO status behaald.

    In het kader van digitaliseren van de keten lijkt de belangstelling onder verladers voor papierloos werken en/of moderne kwaliteitssystemen zeer gering. Veel grote airlines en verschillende expediteurs zijn echter volledig voorbereid op de toekomst en hebben de desbetreffende systemen inmiddels geïmplementeerd.

    Al het bovenstaande in acht nemende, kunnen wij ons niet herkennen in de boodschap van de EVO directeur en wordt hiermee onvoldoende recht gedaan aan de inspanningen die zijn verricht door de FENEX, ACN en haar leden om, in het belang ook van de verladers, de totale keten zo snel en vlekkeloos mogelijk te laten verlopen. Door het feit dat juist in deze tijden, waarbij vele partijen in de keten in zwaar weer verkeren, wordt geïnvesteerd in ketenoptimalisatie en doorgewerkt wordt aan innovaties als Smartgate, AirLink, e-Link, etc, zou een compliment aan de aanwezige (luchtvracht)expediteurs eerder op zijn plaats geweest. We hechten er belang aan, dat de verladers beseffen hoe vooruitstrevend de expeditiesector in Nederland is.

    Na een aantal malen dezelfde "prikkelende" boodschap van de heer van der Kuijl te hebben ontvangen, hopen we, gezamenlijk met de EVO, de blijkbaar bestaande negatieve perceptie onder verladers over de inspanningen van de expediteurs als het gaat om innovatie, transparantie en het wegnemen van belemmeringen in de goederenstroom, op een constructieve manier om te buigen. Dan kunnen we, samen met de verladers en andere partijen in de keten, onze energie weer volledig richten op het optimaal verlopen van de goederenstromen nu en in de toekomst.​